Waarom hoesten we?
Zolang
we gezond zijn, houden onze luchtwegen zichzelf schoon. Een beschermend
slijmvlies vangt minuscule indringers (zoals stof, stuifmeel of
ziektekiemen) op als in een net, terwijl heel kleine haartjes - de trilhaartjes
-
het slijm, samen met de indringers, constant naar boven bewegen in de
richting van de mond.
Maar soms dringen grotere indringers - zoals broodkruimels of een paar
druppels drinken - onze luchtwegen binnen. De trilhaartjes en het slijmvlies
raken dan overbelast en we moeten hoesten: we ademen een grote hoeveelheid lucht
in onze longen, de spieren van onze borstkas trekken samen, en lucht en
indringers worden met een krachtige luchtstoot uit ons lichaam gedreven. Zo helpt hoesten om de
luchtwegen vrij te
maken.
Hoesten kan ook een symptoom zijn van een infectie van onze luchtwegen. Als ons
afweersysteem verzwakt is, kunnen virussen of bacteriƫn in de luchtwegen blijven
zitten en om ze weg te krijgen wordt extra slijm geproduceerd. Dit slijm (ook
wel sputum genoemd) is dikker en taaier dan normaal slijm, en zit diep in
onze luchtwegen. Het lichaam kan het slijm niet op de gebruikelijke manier
verwijderen. Daarom proberen we dit slijm los te krijgen door te hoesten.